ZE ZITTEN er nu al bijna weer vijf maanden. In maart vestigden ze zich in Oman, drie handelsvertegenwoordigers uit Israël, en ze worden naar eigen zeggen overstelpt met telefoontjes. Voorlopig opereren de Israëlische diplomaten vanuit een paar krappe suites in het Muscat Intercontinental Hotel.

De ontvangst in de provisorisch afgeschermde vleugel is losjes: de portier wil wel weten wat ik kom doen, maar hoeft niet in mijn tas te kijken. “Omanieten reageren alleen maar positief”, zegt Oded Ben-Chaim, hoofd van de permanente handelspost.

Tot voor kort was het voor Israëliërs onmogelijk ook maar een voet op Omaans bodem te zetten, om hoe dan ook een Golfstaat te bezoeken. Handel met Israël was taboe. Alle goederen uit het buitenland gingen vergezeld van een formulier voor de speciale boycot-eenheid van de politie. Daarop moest verklaard worden dat de vracht niet uit Israël afkomstig was. Verder kwam je het land niet binnen met een Israëlisch stempel in je paspoort en immigranten moesten hun compact discs inleveren voor controle, zodat exemplaren van ‘joodse makelij’ er uitgelicht konden worden. De boycotformulieren zijn nog in gebruik, maar dat is een kwestie van ambtelijke traagheid: opheffing van de boycoteenheid is al overeengekomen tussen het sultanaat en Israël. Read More →

MUSCAT – “Water was decennia lang een vergeten bron in het Midden-Oosten”, zei een medewerker van de Verenigde Naties onlangs. De voedselorganisatie van de VN (FAO) en regeringsleiders waarschuwen dat waterschaarste de wereldvrede bedreigt. Een land is kwetsbaar als het voor water of voedsel (door gebrek aan water) afhankelijk is van import.

Als het moet, is vijftig liter water per persoon per dag genoeg voor een redelijke, hygiënische levensstandaard. In een huishouden met wasmachine en douche verbruik je dagelijks al tussen de honderd en tweehonderd liter. Tel daar water voor landbouw, industrie en publieke werken bij op en je komt per persoon aan zo’n driehonderd liter per dag.

Een Israëlische professor rekende uit dat in het Midden-Oosten in 2025 per persoon dagelijks tussen de 27 en 410 liter beschikbaar is, als het huidige bevolkingsaantal gelijk blijft. Maar over dertig jaar wonen er twee keer zoveel mensen. Water wordt tot nu toe in de meeste landen zwaar gesubsidieerd, waardoor gebruikers er zorgeloos mee omspringen. Read More →

MUSCAT – Met levensgevaar steken de mannen in oranje overalls meermalen per dag de snelweg over. Ze moeten niet alleen de vluchtstrook vrijhouden van woestijnzand en zwerfvuil, maar ook de geasfalteerde middenberm.

Deze schoonmakers duiken op in elke woonwijk in Oman, met bezem en grijze vuilniszak. Zelfs ‘s avonds laat werken ze nog. De straten zijn brandschoon. De meesten zijn Aziaten. Het lijkt er niet op dat ze snel hun baan zullen kwijtraken aan Omanieten. In de huidige ‘omaniseringsgolf’ zijn eerst de betere banen aan de beurt.

Het ministerie van informatie geeft geen werkloosheidscijfers want: “Technisch gezien is er geen werkloosheid. Al zijn er wel mensen die wachten op werk, en al is er een potentieel van 30 000 banen”. Maar die worden nu bezet door buitenlanders. Als het aan de overheid ligt, is dat binnenkort voorbij. Omanisering komt al op de Omaanse woordenlijst voor sinds sultan Kaboes in 1970 de troon besteeg. Maar er werd nooit zo’n haast mee gemaakt als nu. Read More →

Politieke partijen zijn er in Oman niet, het ‘parlement’, de Madjlis Al-Sjoera, vergadert achter gesloten deuren en houdt de notulen van zijn vergaderingen geheim. Toch heerst er opwinding in Oman over de flirt met de democratie die sultan Kaboes is aangegaan. Vooral de aanwezigheid van vrouwen in de nieuwe Madjlis is opzienbarend.

De flirt speelt zich af binnen duidelijk afgebakende grenzen. Kaboes benoemt zijn eigen ministers en stelt wetten vast bij koninklijk besluit. Zo heeft hij altijd het laatste woord. Maar Kaboes wekt nooit openlijk de indruk dat hij alle macht voor zichzelf wil houden. In zijn toespraken benadrukt hij het belang van de inbreng van elke Omaniet bij de opbouw van het land.

Oman Madjlis Al-Sjoera

Dat het hem ernst is, bewijst zijn jaarlijkse ‘meet the people tour’, waarbij hijzelf achter het stuur van zijn terreinwagen kruipt en elke inwoner de kans geeft om met hem te praten. Met zijn ministers in zijn kielzog staat hij klaar om elk serieus probleem in 24 uur op te lossen, zonder loze beloftes.

Kaboes is ook het brein achter de Madjlis Al-Sjoera, een raad van belangrijke mannen die de ministers mag adviseren. De regering heeft aangekondigd dat de komende zittingsperiode ook vrouwen mogen meedoen. Het is een unieke stap in het Golfgebied, waar de politiek een mannenbolwerk is. Wel blijft de Madjlis Al-Sjoera voorlopig het terrein van de Omanitische elite. Toch is de raad bedoeld om ideeen van gewone mensen een formele plaats te geven.

Omanieten met een comfortabele plaats in de maatschappij weten precies waar het om gaat bij de verkiezingen voor de nieuwe Madjlis. De bankmedewerkerkster en de baliejuffrouw van de bibliotheek zijn enthousiast over het vrouwenkiesrecht, maar hebben geen idee hoe de vork precies in de steel zit. Volgens Ibtisam Al Riami is dat logisch, omdat de verkiezingsprocedure voor buitenstaanders een totale chaos is. Ibtisam werkt als systeemanaliste bij de grootste oliemaatschappij in Oman. Ze is goed op de hoogte van de Madjlis, doordat haar vader en schoonzus zijn uitverkoren om hun stem uit te brengen. “Mijn schoonzus kreeg de uitnodiging om te stemmen, maar ze had geen idee hoe en waarom. De selectiecriteria lijken in het hoofd van de wali te zitten.”

De wali is een soort commissaris van de koningin die aan het hoofd van een wilaja (provincie) staat. Hij bepaalt wie een uitnodiging krijgt om te stemmen. Status en opleiding spelen een belangrijke rol. Zakenmensen, sjeiks, intellectuelen en religieuze leiders komen in aanmerking. Tot nu toe kreeg elke wilaja één afgevaardigde in de Madjlis, die daardoor uit 59 leden bestond. Op basis van de eerste volkstelling van eind 1993 (uitkomst: iets meer dan 2 miljoen inwoners), wordt de adviesraad uitgebreid. De telling bracht het aantal inwoners per wilaja precies in kaart. Nu krijgen provincies met meer dan 30 000 inwoners twee vertegenwoordigers, waarmee de nieuwe raad 80 leden zal tellen.

In januari begint de tweede zittingsperiode van drie jaar. Wie de Madjlis langs de meetlat van de democratie legt, is sceptisch over de invloed van dit inspraakorgaan. Maar voor de inwoners van Oman is het een opwindende stap richting openheid. Een heel voorzichtige openheid. De raad opereert binnenskamers. De leden geven hun mening over wetsvoorstellen en de vijfjarenplannen van de regering. Ze mogen commissies vormen die zich over specifieke problemen buigen en kunnen ministers op het matje roepen. Het verloop van de discussies wordt op papier gezet, maar goed opgeborgen: de notulen zijn niet openbaar. De tv brengt neutraal verslag uit over de activiteiten van de raad, net genoeg om een indruk te krijgen van de onderwerpen van discussie.

“De Madjlis bestaat pas één zittingsperiode, dus het is eigenlijk nog steeds nieuw voor ons”, zegt Ibtisam. “Plotseling is er een plaats waar gewone Omanieten hun vragen kwijt kunnen en iedereen kan daar kennis van nemen. Een minister geeft misschien niet altijd een bevredigend antwoord, maar dat er openlijke discussies zijn is heel bijzonder. Voor mij is het echt een openbaring. Ik denk dat vrouwenkiesrecht Omanitische mannen een ware cultuurshock geeft. Ik zal niet zeggen dat Omanitische mannen hun vrouwen slecht behandelen, zeker niet, als ik ze vergelijk met die in andere Golfstaten, maar ze maken wel nog steeds de dienst uit.”

Wellicht heeft daarom de emancipatie in de Omanitische politiek een experimenteel karakter. Alleen in de wilajas in Moskat en omgeving (het hoofdstedelijke gebied), mogen vrouwen meedoen. In totaal zijn in die regio elf zetels te vergeven. In het kosmopolitische Moskat wonen veel Omanieten die in het buitenland gewoond hebben en een studie hebben gevolgd. Er zijn grote verschillen tussen de hoofdstad en de binnenlanden (op de kaart aangeduid als ‘het echte Oman’).

Ibtisam spreekt zelfs van een kloof. “De Madjlis Al-Sjoera is ook een communicatiemiddel tussen Moskat en de rest van het land, waarmee we kunnen zien hoe we er voorstaan. Als je in Moskat woont, kun je gemakkelijk denken dat we enorm ontwikkeld zijn, maar dat wil niet zeggen dat hetzelfde voor heel Oman geldt. In 25 jaar kun je veel bereiken, maar onmogelijk alles op orde hebben.” Zij doelt op de stormachtige renaissance van Oman, die begon in 1970, op de dag dat sultan Kaboes de troon besteeg. Wat de meeste landen in Europa minstens een eeuw kostte, had de sultan voor elkaar in minder dan 25 jaar. Hij investeerde zijn oliedollars in de opbouw van het land: huizen, wegen, scholen, gezondheidszorg en werkgelegenheid voor iedereen. Sindsdien is het achterlijke en geïsoleerde Oman langzaam omgevormd tot een welvarend en modern land, waarbij het hoofdstedelijk gebied zich sneller ontwikkelde dan de rest van het land.

Ceremoniemeester

De verkiezingsdag in Moskat is de laatste in de reeks. Al vroeg in de ochtend zijn de voorbereidingen in volle gang. Het schoolplein van de meisjesschool wordt omgebouwd tot verkiezingsdecor. De ceremoniemeester loopt nerveus rond, deelt opdrachten uit aan het legertje jonge Omanieten dat de laatste restjes woestijnzand opveegt en prullenbakken neerzet.

Om negen uur druppelen de eerste genodigden binnen. De stemmers moeten zich registreren aan de poort van het speelplein. Er staan twee tafels, links een voor vrouwen, rechts een voor mannen. Ook de keurige rijen stoelen zijn in twee helften opgesteld, met het gangpad als niemandsland. Terwijl het plein volstroomt, is een van de vrouwelijke kandidaten nog druk aan het lobbyen.

Ze deelt onder de dames kleine briefjes met haar telefoonnummer uit. Ze wil pas met de pers praten, als ze zich verzekerd weet van voldoende stemmen. Om elf uur sluiten de hekken van het plein. Er zijn ruim 350 stemmers binnen, iets meer dan de helft van de genodigden. De luidsprekers kraken, iedereen gaat staan voor het volkslied, gevolgd door een voordracht uit de Koran. Na een voorgekookte toespraak met veel loftuitingen aan het adres van de sultan stelt elke kandidaat zich voor, waarna het stemmen begint.

Gedisciplineerde rijen schuifelen langs de stembus, dames gaan voor. Het verkiezingscomité, acht mannen en twee vrouwen, houdt toezicht. Na afloop wordt uitgebreid nagepraat onder genot van verse dadels, koffie en blikjes fris. Moena heeft op een vrouw gestemd en een duidelijke voorstelling van de rol die haar kandidaat moet spelen. “Vrouwen moeten elkaar steunen. Met een mannelijke vertegenwoordiger zullen wij nooit onze problemen bespreken. Dat doe je gewoon niet, die drempel is veel te hoog. Bij een vrouw durven we wel terecht, zij kan onze ideeën een stem geven. Ik denk dat een vrouw een andere invalshoek heeft dan een man. Een vrouw in de raad kan zorgen voor evenwicht tussen de mening van mannen en die van vrouwen. Dat kan de Madjlis Al-Sjoera wel gebruiken.”

Wie in Oman oppervlakkig om zich heen kijkt, ziet een traditioneel islamitisch straatbeeld. Links op de stoep giechelende meisjes in kleurrijke wapperende jurk en broek, hun haren (maar niet het gezicht) bedekt met een sluier. Aan de overkant slungelige jongens in disj-dasj (Omanitische jurk voor mannen) die een beetje duwerig stoer doen, de straat een veilige scheidslijn. Het is een getrouwe afspiegeling van de gescheiden leefwerelden van de seksen. Op de werkvloer wordt die scheiding sinds een jaar of tien steeds vager. De sultan stuurt sinds 1970 alle jeugd naar school. De gelijke onderwijskansen worden al een beetje weerspiegeld op de arbeidsmarkt. Hoewel vrouwen ook in dit werelddeel oververtegenwoordigd zijn in de dienstverlening, stoten ze langzamerhand door naar hogere beleidsfuncties bij de overheid en technische beroepen in het bedrijfsleven. Ook de politiek lijkt nu gezamenlijk terrein te worden. Omanitische vrouwen zwaaien Kaboes dankbaar alle lof toe. Fathia al Hinnai, werkzaam bij de Omanitische staatsradio: “Voor mij is dit het bewijs dat zijne majesteit in gedachten altijd een stapje verder is met de ontwikkeling van ons land. Onze sultan laat zien dat hij meedenkt met vrouwen.”

In de Omanitische politiek zal de vrouwelijke inbreng voorlopig zeer bescheiden zijn. Op de uiteindelijke lijst van 160 gekozen kandidaten staan vier vrouwen. Wie van hen wordt toegelaten tot de Madjlis wordt bekendgemaakt bij de benoeming van de raad in november. Want bij het aanwijzen van de 80 leden heeft de sultan wederom het laatste woord.

Een dadel heeft alles in zich om onze voedselmarkt te veroveren. Vezelrijk, vetloos, vol natuurlijke suikers en met een indrukwekkende hoeveelheid vitaminen en mineralen, is deze exotische vrucht precies wat een doorsnee Westers dieet kan gebruiken. Dertig jaar geleden waren dadels het belangrijkste exportproduct van het Midden-Oosten, totdat ze verdrongen werden door ruwe olie. Nu zijn ze bezig aan een come-back.

De wonderbaarlijke opmars van de Omaanse dadel

Op ontelbare manieren worden dadels verwerkt en op het menu gezet. Verreweg het populairst zijn verse dadels bij de koffie. Het seizoen loopt grofweg van juni tot augustus. In de moderne Arabische stad – geholpen door hedendaagse irrigatiesystemen – staan dadelpalmen voor de sier. Je moet niet verbaasd zijn als je een kleine jongen met een emmer vol versgeplukte dadels uit het openbaar plantsoen ziet komen, zoals hier in Muscat, de hoofdstad van Oman.

De olie-export begon in 1967 maar dadels bleven tot maar liefst 1976 nummer een op de exportlijst. In de oases op het platteland produceren de dadelboeren tegenwoordig nog maar ongeveer 150.000 ton van het fruit per jaar. Dat is vier procent van de totale wereldproduktie en kinderspel in vergelijking met de oogst in Saoedie-Arabië, Irak en Iran. De voorraad ‘zwart goud’ in de Omaanse bodem is ook al relatief klein, en heeft een zoektocht op gang gebracht naar de toegevoegde waarde van beschikbare delfstoffen, dadels en vis. Wie niet sterk is, moet slim zijn.

Wat kun je met dadels doen behalve zelf opeten of leuk inpakken voor de export? Robert Marshall, een Schot met een gelijknamig bedrijf dat het best als uitvinderij is te omschrijven, huurde een voedingsdeskundige in voor een antwoord op die vraag. Na een tijdje experimenteren bedacht de professor een proces dat dadels met huid en haar verslindt, om ze te transformeren tot siroop, vezels. pasta en poeder. Toen de Omaanse prins en zakenman As’ad Al Said daar lucht van kreeg, wierp hij zich meteen op als geldschieter. “We zijn altijd op zoek naar innovatieve technologie die we lokaal kunnen toepassen”, zegt de prins. “Een project als dit is een stapje naar onafhankelijkheid van olie-inkomsten.”

Wat Robert Marshall betreft had de fabriek net zo goed in Europa mogen staan, want daar ligt de markt – “het Omaanse dieet heeft nog geen extra vezels nodig” -, maar het was logisch zich dicht bij het ruwe materiaal te vestigen. Het kostte naar schatting ruim 30 miljoen gulden om de laboratoriumopstelling uit te bouwen tot de eerste dateflake-fabriek. Het bedrijf ging meteen naar de Omaanse effectenbeurs, en zo werd veertig procent van het bedrijfskapitaal gefinancierd uit aandelenverkoop. De onderneming opende zijn poorten in november 1995, maar draait pas een paar maanden op volle toeren omdat eerst een ruzie in de bedrijfsleiding moest worden opgelost.

Dadelsiroop (dibis) wordt al eeuwen ambachtelijk gemaakt door dadels een tijdlang te laten ‘uitlekken’, op een grote hoop met een gewicht erop. De Tomoor Oman, zoals de dadelvlokkenfabriek inmiddels heet (tomoor is Arabisch voor dadels), maakt de siroop onder gecontroleerde omstandigheden en is de eerste die gigantische hoeveelheden dadels tegelijk kan verwerken, tot 7 miljoen stuks per dag. “Praktisch het hele proces is geautomatiseerd. Zo kunnen we zelfs voldoen aan de strenge EU-normen voor kwaliteit en hygiëne”, zegt Ravi Kirpalani, marketing manager van Tomoor Oman.

De gebruiksmogelijkheden van de eindprodukten zijn haast eindeloos: als natuurlijke zoetstof in gebakjes, als basis voor frisdrank, als vezel in brood en noem maar op. Een plaatselijke bakker verkoopt al brood met dadelvezels er in, en een curieus experiment loopt in de koninklijke stallen van Oman, waar Tomoor dadelsiroop door het krachtvoer voor dromedarissen wordt geroerd. Met een hoog suikergehalte en meer vitamines en mineralen lijkt dat een betaalbaar alternatief voor de peperdure Ornaanse honing in het oorspronkelijke recept voor het krachtvoer, à 200 gulden per kilo. Nu maar afwachten of de eenbultige race-kamelen met dadelsiroop achter hun kiezen records kunnen vestigen.

Dateflakes winnen het van cornflakes in vezelrijkdom met zo’n 40 procent. Sue Valentine, voedingsdeskundige en mede-auteur van een dadel-receptenboek, noemt de natuurlijke zoetkracht van de dadelvezel als sterkste punt. Het suikergehalte is hoog en werkt als natuurlijk conserveringsmiddel. Dadelvlokken kunnen bovendien een uitkomst zijn voor mensen met gluten-allergie.

Professor Karkalas klinkt 5 jaar na zijn ontdekking van de dateflake nog blij verrast. Vanaf een hoge draaistoel in zijn laboratorium vertelt hij: “Mijn expertise is vruchtensiroop, dus daarop concentreerde ik me bij de dadels. Tot me op viel hoe ontzettend veel residu er was na het extraheren. Bij wijze van experiment legde ik dat te drogen, en het resultaat bleek heel smakelijk.”

De professor laat mij proeven van iets wat er uitziet als geraspte boomschors. Het smaakt inderdaad zoet en is een beetje knapperig. Ook voor pitten bedacht Karkalas nieuwe levens: vermalen tot koffievervanger, of voedingsbodem voor paddestoelen die na de kweek geschikt is als veevoer. Vermalen en geroosterd als grondstof voor een kruidig tabaksurrogaat, als aroma in sigaren of misschien zelfs een nicotinevrije sigaret. Monsters van het magische dadelpittenpoeder staan ook in het laboratorium. Ze ruiken overtuigend.

Het zal wel even duren voordat dateflakes en cornflakes op de schappen van de supermarkt duelleren. Om te beginnen moeten er nog minstens drie fabrieken bijgebouwd worden om grote ontbijtproducenten te verzekeren van voldoende input. Medewerkers van Tomoor gaan het platteland op om dadels in te kopen en er worden dadelpalmen bijgekweekt.

Maar voorlopig moet import voor voldoende ruwe grondstof zorgen. Nu worden er van elke tien dadels vier opgegeten door de palmeigenaren en hun families. Drie worden er verkocht als kant-en-klaar product en tweeëneenhalve dadel wordt verorberd door geiten en kamelen. De rest is afval.

Tomoor conceert zich zolang op siroop en vezels. Ontbijt-gigant Jordan’s heeft Omaanse dadelsiroop al verwerkt als zoetstof in het nieuwe Bran Crisps en Kellog werkt in z’n laboratorium aan een ontbijt met dadelvezels als basis. Maar een nieuw product lanceren kost handen vol geld en is vol risico. Grote merknamen willen liefst zeker weten dat een nieuw product aanslaat, voordat ze op grote schaal gaan produceren. Dus eerst worden tijdrovende smaaktesten gedaan.

Andere bedrijven kijken de kat uit de boom, omdat ze dadels te exotisch vinden. Een Nederlands bedrijf heeft niettemin belangstelling getoond voor een paar duizend liter dadelsiroop. Marketing manager Kirpalani wil geen namen noemen, want er staat nog niks zwart op wit. Maar dankzij Schotse pioniers en Omaanse ondernemersgeest ontbijt je straks misschien met dateflakes.